|

Zoals één van de eerste culinaire schrijvers, Grimod
de la Reynière (1758-1837) eens schreef, eten wij het zoete
dessert slechts uit beleefdheid. Maar, zo voegde hij eraan toe,
we zijn altijd erg beleefd.
Uit beleefdheid? Niet altijd. Er zijn maaltijden waarbij het dessert
het geheel moet redden en waarbij we, na verschillende teleurstellingen,
verlangend uitkijken naar het dessert dat misschien nog iets goedmaakt.
Hoe het zij, het dessert is de afsluiting van een maaltijd en daarvan
moet in ieder geval een goede herinnering blijven hangen. Desserts
zijn nooit een sterk punt in geweest in Nederland. We zijn geen
specialisten in verfijnde patisserie, zoals men bijvoorbeeld in
Oostenrijk en Hongarije aantreft, of in bijzondere ijsgerechten
zoals in Italië. Doorgaans lijden onze desserts aan een teveel
aan suiker. Een dessert mag zoet zijn, maar vooral niet tè
zoet, aangezien dat de smaak verlamt en men fijne vruchtenaroma's
niet meer proeft.
Gelukkig zijn desserts in de restaurants in de laatst jaren wel
beter geworden. Er is meer keuze gekomen, de huizenhoge ijscoupes
onder bergen blikvruchten en wolken slagroom zijn verdwenen, licht
vruchtenijs kwam ervoor in de plaats. Men durft eens fruit met een
sabayon, een saus op basis van wijn en eieren te serveren. De eeuwige
chocolademousse heeft wat variatie gekregen en hier en daar ziet
men toch wel mooie patisserie. Er is grotere aandacht van de chef-koks
voor het dessert en daarbij is ook de zoete dessertwijn weer op
tafel verschenen. Zoete wijnen zijn er altijd geweest. In de bijbel
wordt er al over gesproken, en de Romeinen dronken wijn, die met
ingedikte most zoet was gemaakt. Een halve eeuw geleden werden in
Nederland veel zoete wijnen gedronken. Vanaf een fraaie port als
aperitief, tot de mierzoete Spaanse en Griekse wijnen van zeer dubieuze
kwaliteit die men 'kruidenierswijntjes' noemde of, wat vriendelijker,
'democratische wijnen'. Die zijn vrijwel verdwenen en als reactie
hierop zijn we steeds droger en droger gaan drinken. Zoet kreeg
een bijbetekenis van minderwaardig. Wie zich op enige wijnkennis
wilde laten voorstaan, keek er diep op neer en vroeg naar 'droog'.
Maar ook die tijd ligt inmiddels achter ons. We zijn er achter gekomen,
dat zoet zeker niet minderwaardig hoeft te betekenen en wijnkenners
-en wie daarvoor door wil gaan - generen zich niet meer om een zoete
wijn lekker te vinden. De restaurants hebben de zoete wijn weer
ontdekt als begeleider van het zoete dessert. Er zijn dan ook prachtige
zoete wijnen die met een wèlgekozen nagerecht een schitterende
bekroning van een feestelijk maal kunnen vormen.
Frankrijk 
Het kiezen van een zoete wijn bij het dessert vraagt niet minder
overleg dan die bij het vóór- of hoofdgerecht. Laten
we in Frankrijk beginnen en dan moeten we toch zeker als eerste
noemen de wijnen van Sauternes en het daaraan grenzende Barsac.
Wijnen die hun aromatische, honingachtige zoetheid danken aan een
schimmel, botrytis cinerea, die in oktober, als de ochtenden mistig
zijn en de middagen zonnig, de druiven aantast. Er ontstaat een
vorm van rotting, edelrot, de druiven drogen in en krijgen een hoge
concentratie aan druivesuiker en aromatische stoffen. Er zijn grandioze
wijnen onder, een eerste of tweede cru van Sauternes-Barsac behoort
tot de allermooiste die Frankrijk te bieden heeft. Maar ze zijn
kostbaar. Een goed alternatief vindt men in de zoete witte wijnen
uit de streek tegenover Sauternes aan de Garonne, Loupiac, Sainte-Croix-du-Mont,
Cadillac waar ook edelrot op de druiven verschijnt. Niet zo groots
als een grand cru uit Sauternes, maar heel bekoorlijke wijnen. Ook
aan de Loire groeien prachtige zoete witte wijnen, zoals in Anjou
aan de Coteaux du Layon. Glanzend groenachtig geel, verrukkelijk
van geur, in de smaak iets nootachtigs en kruidigs, soms een tikje
bitter, en wat lichter zoet dan een Sauternes. Al deze wijnen zijn
van topkwaliteit en men moet ze dan ook niet maar lukraak schenken
bij een dessert. Het is zelfs zo dat de vroegere eigenaar van het
château d'Yquem (de allermooiste Sauternes, één
van de grootste wijnen ter wereld) zijn wijn beslist niet bij het
dessert wilde schenken, maar bijvoorbeeld bij kreeft of ganzelever.
Hij vond dat de ordinaire suiker van een nagerecht schade deed aan
het aristocratische zoet van de edele druivesuiker. Voor grote zoete
wijnen, zoals Sauternes en Coteaux du Layon, en ook voor de grote
zoete Duitse wijnen, als een Beerenauslese van uitgezochte overrijpe
druiven, moet dan ook het dessert worden aangepast aan de wijn en
niet omgekeerd. Het mag vooral niet te zoet zijn, niet teveel slagroom
en zeker geen chocolade. Chocolade geeft een veel te sterke smaakindruk.
Ook liever geen ijs, aangezien de kou daarvan de smaakpapillen verlamt
waardoor het onmogelijk wordt ten volle te genieten van de heerlijke,
gecompliceerde smaak van de wijn.

Bij de patisserie moet de begeleidende wijn niet overdadig zoet
zijn.
Ideaal bij zo'n kostbare, edele zoete wijn is amandelgebak, dat
het fijne zoet accentueert. En ook notengebak van walnoten vormt
een zeer goede combinatie. Verder niet te zoet vruchtengebak, appeltaart,
peretaart, aardbeiengebakjes. En eventueel een citroentaart of een
kwarktaart. Of een luchtige bavarois van aromatische vruchten als
aardbeien of frambozen.
Chocolade en wijn
Chocola, en vooral zoete chocola, maakt het een mooie wijn doorgaans
heel moeilijk. Er zijn er maar weinig die het daarbij uithouden.
Maar ze zijn er.
Allereerst de Hongaarse Tokajer. Een wijn met een traditie van eeuwen,
en ook één van de allergrootsten. Ook hiervoor gebruikt
men druiven die door de botrytis-schimmel zijn aangetast, zij het
niet uitsluitend. Aan 'gewone' most voegt men een bepaalde hoeveelheid
toe van tot dikke pulp vermalen, volkomen ingedroogde druiven. Die
hoeveelheid wordt uitgedrukt in puttonyos, kleine kuipjes. Hoe meer
hiervan bij een bepaald vat worden gevoegd, des te mooier en duurder
de Tokajer. Drie is de eenvoudigste kwaliteit, zes is een grote
uitzondering, met vijf kan men heel tevreden zijn. Tokaji-5-puttonyos
is diep goudgeel, bijna oranje, weelderig zoet met een geur en smaak
die aan vers gebakken brood doet denken, ook wel aan boter, soms
met een zweem chocolade. Vandaar. Bij het klassieke Hongaarse nagerecht
van flensjes met een notenvulling en chocoladesaus is er niets heerlijkers
denkbaar. Maar ook bij andere chocoladegerechten, mousse, soesjes
met chocoladesaus, chocoladetaart, is het de ideale wijn.
Eigenlijk is er maar één Franse wijn die een goede
combinatie vormt met chocolade, en dat is de Banyuls, donkerrood
van kleur met een goudachtige, bruine of oranje gloed, te danken
aan lange rijping op houten vaten, vaak in de open lucht, waardoor
er een sterke oxydatie ontstaat. Hij doet denken aan een niet al
te zoete madeira, het is een sterke, warme, zoete smaak die overeind
blijft bij de indringende smaak van chocola en deze zelfs nog aanvult,
zoals ook rum de smaak van chocolade aanvult.
Uit hetzelfde gebied als de Banyuls, de oostelijke Pyreneeën
vlak bij de Middellandse Zee, komt nog een wijn die zich goed verstaat
met chocola: Maury. Ook een rode wijn die door oxydatie een bruine
of oranjegouden gloed heeft verworven en een warme, fluwelige, zoete
smaak die voortreffelijk harmonieert met de bitterheid van chocolade,
mits deze - allicht - niet te zoet is. Maar de produktie van Maury
is slechts klein, men ziet hem zeer zelden.

Chocolade vraagt om zeer specifieke wijnen, Banyuls biedt uitkomst.
En dan wil ik niet onvermeld laten de suggestie van een grote rode
Bordeaux met chocolade. Ik geef toe, het klinkt verschrikkelijk
en ik zal mij er ook niet gauw toe laten verleiden. Maar de suggestie
komt wèl uit goede bron, uit Bordeaux zelf. Het is baron
Edmond de Rothschild, eigenaar van het château Clarke, die
adviseert bij een nagerecht van bittere chocolade een Lafite Rothschild
te drinken. Één van de allergrootste rode Bordeauxwijnen
die er bestaan, premier cru, en dan nog liefst van respectabele
leeftijd, 25, 30 jaar oud. En hij heeft er een argument voor: bij
zeer oude rode Bordeauxwijnen ontstaat, door bepaalde omzettingen
in de wijn, een cacao-aroma En Charles Vanel van het twee-sterren-restaurant
Vanel in Toulouse, schenkt u hij zijn heerlijke chocoladedesserts
het liefst een gekoelde Beaujolais (dat blijft een allemansvriend
- heel merkwaardig). Twee ideeën voor avontuurlijke wijndrinkers.
Muskaatwijnen
Tot de populairste dessertwijnen die men in restaurants ziet, behoren
de zoete muskaatwijnen. Bekend is bijvoorbeeld de Muscat de Beaumes
de Venise uit de Rhône-streek, en ook de muskaatwijnen uit
de Franse kuststreek tussen Pyreneeën en Middellandse zee,
zijn geliefd zoals de Muscat de Rivesaltes, de Muscat de St.Jean
de Minervois. Vrij zware zoete wijnen met een min of meer uitgesproken
muskaatsmaak. Wijnen die naaste familie zijn van de eens zo geliefde,
maar in onze dagen zo verguisde, Samos. Er wàs dan ook bar
slechte Samos in de handel, maar goede Samos hoeft beslist niet
onder te doen voor Franse zoete muskaat wijnen. Boze tongen houden
zelfs vol, dat er heel wat Samos verdwijnt in de Rivesaltes-muskaat.
Muskaatwijnen vormen een goede harmonie met vruchtenijs, de alom
tegenwoordige sorbets. Het zijn echter wijnen die tamelijk gauw
vervelen.
Twee desserts die men te weinig ziet. maar tot de allerfijnste behoren,
zijn flensjes en een zoete soufflé. Aan beide komt vaak likeur
te pas, zoals bij Crêpes Suzette en bij de soufflé
au Grand Marnier. Dat maakt het moeilijk voor de wijn - men moet
er eigenlijk een glaasje van de likeur die erin gebruikt is bij
drinken. En wilt u toch een wijn kiezen, dan moet u verder lezen.
Champagne
De allerfeestelijkste dessertwijn is - wie twijfelt eraan - Champagne.
En dan niet de als alleen zaligmakend beschouwde (droge) brut, maar
demi-sec. Ook deze wijn werd door ieder die zich als wijnkenner
beschouwde in de ban gedaan, Champagne moest droog zijn, en de allerdroogste
brut gold als de beste. Nu worden inderdaad voor een brut betere
basiswijnen gebruikt dan voor een demi-sec, omdat een zoetje eventuele
onvolkomenheden maskeert. Bij zoete nagerechten wil een brut echter
wel eens wat al te strak overkomen en de tong wordt door een zoete
smaak zo sterk beïnvloed, dat men subtiele kwaliteit toch niet
proeft. En dan begeleidt een demi-sec het zoete gerecht allerplezierigst.
Of dit nu een sorbet is, een bavarois, patisserie, flensjes, een
parfait of soufflé.

Dé feestwijn bij uitstek: champagne!
Nu zoveel restaurants een 'open' Champagne per glas schenken als
aperitief, zou men ook eens aan een open demi-sec moeten denken
voor het dessert. Lichter en ook minder gauw vervelend, dan een
vaak te nadrukkelijke muskaatwijn. En wie, vanwege de calorieën,
of omdat men al geheel voldaan is, geen dessert meer wil nemen,
zou zich hoogst aangenaam kunnen vermaken met wat mooie droge amandelkoekjes
(type Wellington) en een glas Champagne demi-sec, waarin men de
koekjes mag dopen. Een licht, compleet dessert.
En dan eindig ik, waar ik ben begonnen, bij Grimod de la Reynière,
met een kleine variant. Een Champagne demi-sec drinken we uit beleefdheid.
Maar we zijn altijd erg beleefd!
Vruchten en wijn
HOME
| De Cocktailbar | Wijn
is fijn | Tafeltje-dek-je |
Smakelijke links | Contact
|